De democratisering van de massamedia

Op welke manieren winnen massamedia aan belang?

Het internet ontpopte zich eind vorige eeuw tot een wijdverbreid massamedium. Zoals Jan Blommaert in zijn recente boekje Let op je woorden inleidend terecht stelt, veranderden  de dynamieken binnen het publieke debat hierdoor drastisch omdat een toenemend aantal mensen op zich snel ontwikkelende fora plots hun stem konden laten gelden. De strenge criteria om je mening gepubliceerd te krijgen van voorheen, verdampten tot één criterium: het hebben van een computer met een internetverbinding (Blommaert, 2016).

Over de gruwelfeiten van de laatste 22e maart is al veel inkt gevloeid. Gekleurde inkt vaak. Het was tijdens en na de gebeurtenissen bijzonder druk en hectisch op tal van binnen- en buitenlandse nieuwskanalen, radiozenders en allerhande sociale media. Het nieuws werd door amateurs en professionals simultaan verslaan met ongeziene snelheden. Er ontstond al snel een wild omgeroerde mix van live beelden uit handen van prille slachtoffers en omstaanders met gecapteerde, soms aangeslagen journalisten die als speurders onderstreepten als eerste op de plek des onheils te zijn aangekomen. Alles werd zoals het kwam gedirigeerd door TV- en radiostudio’s. Zij poogden vaak ook maar wat onbeholpen de ‘juiste’ mensen aan de lijn of voor de camera te krijgen waarbij steeds dezelfde live beelden van gebroken glas, opeengepakte geëvacueerde mensen en op berries weggedragen slachtoffers als lijm fungeerden. Velen in dit land zagen dit droeve relaas geschokt en met lede ogen aan. Deze media-aanpak en het zo langzaamaan opgebouwde verhaal verloor bij momenten sereniteit, maar dat is begrijpelijk.

The medium is the message. De meest beklijvende beelden werden gemaakt door omstaanders vlak na de ontploffingen en kwamen bij vele mensen via hetzelfde soort apparaat binnen dan dat waarmee ze werden geregistreerd en verspreid. Twitter nam alle andere kanalen in snelheid. Rauw en onversneden berichtgeving werd die zwarte dag fragmentair, instant en herhaaldelijk de wereld ingestuurd. Slachtoffers en getuigen met meer geluk werden plotsklaps journalisten en bepaalden hoe het nieuws er zou uitzien. Nieuwsagentschappen haakten hierop in en dienden zelfs enkele foutief verspreide berichten te corrigeren. Nogmaals, ook dat is allemaal begrijpelijk.

Echter, door dit verloop en het type berichtgeving dat hierbij centraal stond, heeft een verwerpelijke aanslag als deze niet alleen een bijzonder grote traumatische impact op de belevingswereld van de aanwezigen, de slachtoffers en hun families, maar worden ook  journalisten en de ontvangende massa in het algemeen (waartoe ik mezelf ook reken) stevig dooreengeschud. Vanuit een of ander beeldscherm schept dit soort ruwe berichtgeving de waarachtige illusie dat je zelf aanwezig bent in Brussel op het moment van de aanslag. Je emoties worden danig beroerd bij het zien van zoveel menselijk lijden en ravage dat je er onmogelijk onbewogen onder kan blijven. En dit terwijl het allemaal net is gebeurd. Dit is nu eenmaal het gevolg van een wereld waarin afstand een bijzonder relatief begrip is geworden en de toegang tot parallelle realiteiten steeds makkelijker lijkt te worden. Toch is het belangrijk te beseffen dat ik (en vele anderen met mij) er fysiek niet was en ik me eigenlijk maar half kan voorstellen hoe meedogenloos zo een terreurervaring inbeukt op je levensloop. Ik vraag mezelf dan ook al even tevergeefs af hoe het moet zijn om dagelijks met dit soort gruwel te moeten omgaan.

Velen merkten het mee met me op. Na de live beelden (en eromheen geborduurde verslaggeving) van die veelbesproken dinsdag ontstond een virtuele vloedgolf van emotioneel geladen reacties en interacties. Terwijl de (inter)nationale media op zoek gingen (en gaan) naar maatschappelijke en beleidsmatige oorzaken van zoveel rottigheid in het hart van Europa, viel het publieke debat als een bos losgelaten mikadostokjes open. Stemmen gingen alle kanten op. Het spectrum werd breed verkend op verschillende sociale media, onder meer ook over die gesuggereerde zondebokken.

Er zijn al voldoende goede stukken geschreven over welk soort van polarisering IS beoogt met dergelijke aanvallen en hoe we hiermee best kunnen omgaan (zie in dit verband het verhelderende artikel op 22/3 van Simon Jenkins of #antwoordennabrussel op Twitter). Feit is wel dat het merendeel van de door mij geziene discussies die zich op Facebook ontrolden, mijn maag deden keren. De honderden reacties op bepaalde opiniestukken en op gegeven reacties zelf waren dikwijls ongefundeerd, scheldend van toon, ronduit kwetsend en vaak op vooroordelen berustend. Op die momenten werd heel erg pijnlijk duidelijk hoe sommige mensen zich vanuit een sterke generalisatiereflex plots recht tegenover andere mensen stelden in onze samenleving. Ook bepaalde mensen die ik anders had ingeschat op dat vlak.

Helaas. Polarisering werkte aanvankelijk heel sterk door. Gelukkig waren er ook heldere stemmen die een oproep deden tot tegendenken. Want tegelijk stond een groep mensen op die de zaken anders zag en onder andere via #ikwilhelpen een opbouwende rol wilde spelen. #prayforbelgium, #jesuisbruxelles en rouwende profielfoto’s vormden – zoals bij eerdere aanvallen in Europa – een tegengewicht. Dat stemt positief en toont dat er in tijden van acute crisis spontane vormen van samenhorigheid ontstaan. Gelukkig werd ook dit opgepikt door de conventionele media en blijven deze acties tot op vandaag nog steeds plaatsvinden en doorwerken.

Zoals in het begin gesteld, is er al even sprake van een democratisering van het vrije woord waarbij ook u het vandaag de dag als lezer eens of oneens kunt zijn met eender welke gepubliceerde opinie. Het enige wat u rest is een online kanaal kiezen om deze mening te uiten. Socioloog Rudi Laermans (°1957) schreef in 1997 een visionair essay in de Witte Raaf waarin hij het begrip neokritiek als opvolger van conventionele kritiek kadert. Hij stelde hierin dat de ‘kritische houding’ zich meer en meer generaliseert en vaker een particuliere aangelegenheid wordt (Facebook is opgericht in 2004, 7 jaar na dit artikel!). Iedereen kan kritiek spuwen. Deze neokritiek onderscheidt zich niet alleen hierdoor van traditionele kritiek, maar ook doordat de menselijke taal zo wordt herleid tot een afgebot kritisch wapen in plaats van een medium tot solidariteit. Hierbij spiegelt de neocriticus zich onophoudelijk aan anderen. Welnu, ik moet zeggen dat ik dat gevoel de afgelopen week geregeld heb gehad (en heb) bij het lezen van al dat bekvechten online. Want meestal blijft het ironisch genoeg bij bekvechten. Laermans orakelde met bepaalde passages uit dit artikel dat hij 20 jaar geleden schreef. Ik pleit dan ook ten volle voor een positieve, milde en genuanceerde houding op sociale media bij eender wat er wordt gepost. Om Wittgenstein hierbij te citeren: “Waarover men niet spreken kan, moet men zwijgen.”

Ook de smartphone krijgt beter een andere naam, want ze zijn al lang een uitgebreid verlengde van onszelf als mens geworden en hebben maar weinig meer van doen met telefoneren alleen. Het is onze digitale en online Leatherman geworden die van ons plotsklaps een fotograaf, muzikant en nieuwsmaker van het eerste uur maakt. Dat heeft een grote impact op de manier waarop aan berichtgeving wordt gedaan en hoe berichten zelf worden samengesteld. De tijd dat media zich enkel op de massamarkt richtten is voorbij. Media worden mee gemaakt door de massa. Wij zijn co-creator geworden van dit proces. Mensen zoals u en ik maken mee het nieuws. Professionele nieuwsmakers kijken soms met lede ogen toe en haken er pas nadien naarstig op in. Hoe je het ook draait of keert, het zijn vooral de amateurbeelden van 22/3 die op het netvlies blijven branden omdat ze bijzonder authentiek waren en quasi simultaan door de kijker beleefd werden.

Er schuilt een grote verantwoordelijkheid in nieuwscreatie omdat de invloed hiervan op berichtgeving en perceptie binnen de publieke en politieke opinie niet gering is (denken we hier maar aan de ontheffing van de Rituals-para als gevolg van een foto tijdens de koopjes in december vorig jaar). We kunnen hier als burger niet licht mee omgaan, hoewel hier uiteraard geen regulering, noch deontologie voor bestaat.

En het is maar de vraag of je morele principes sterk en doordacht genoeg zijn om hier überhaupt mee bezig te zijn als je getuige bent van een aanslag. Velen onder ons hebben zichzelf getraind om de realiteit rondom ons vast te leggen op oneindig veel mogelijke manieren, elke dag opnieuw. Leer dat maar eens af op het moment van acute crisissituaties.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s