Het huis.

Er passeerden opvallend veel wandelaars die dag. Ze liepen rondkijkend en luid pratend in het midden van de autoluwe straat. Het huis werd geregeld onderwerp van hun blikveld en gesprek. Wat de voorbijgangers bespraken, was onhoorbaar. Ze droegen boerenpetten en dikke winterjassen. Af en toe kletterde een paard in draf voorbij of was een groep kraaien drukdoend in hun dispuut met de eksters.  

Het huis staat in de hoek van een weide die ongeveer acht keer haar grondoppervlakte beslaat. Er graasden kudden schapen die af en toe ook ontsnapten. Nu is de omheining weggehaald en zijn de schapen spoorloos. Aan de kopse gevel staat een kronkelende boom met witte bloesem in de lente. Hij moet zo’n jaar of 100 zijn ondertussen, aldus de buurman van 87.

In het huis gebeurt sinds een jaar niet veel meer. De aanpalende stallingen hebben hun dak deels verloren. De ooit vuurrode pannen die nog op de spanten liggen, zijn door de zwaartekracht bij elkaar verschoven en laten een gapend gat achter dat reikt tot aan de nok. Ooit moet dit een plek van dynamisme en leven zijn geweest, maar de tijd heeft haar werk keurig gedaan en het materiaal kromgetrokken. Enkel de tortelduiven, eksters en een occasionele groene specht malen er niet om. Net als de knoestige en verweerde bomen op het perceel, zijn de stallingen met gaten geschikte rustplekken. De krulwilg achter de stallingen laat zijn loof al weelderig zien.

Een vrouw met zwart haar en een grijze lok over het voorhoofd stopt voor het huis om haar bril met zware zwarte montuur op haar neus omhoog te duwen. Ze streelt haar mobieltje, wat niet onmiddellijk het gewenste effect lijkt te hebben met handschoenen. De man die haar vergezelt, draagt een azuurblauwe pet en rijdt op een azuurblauwe plooifiets. Prille zestigers – schat ik – die elkaar kort, maar vurig aankijken. Ze maken aanstalten om te vertrekken en rijden elk een tegenovergestelde richting uit, tot de man kennelijk beseft dat hij verkeerd rijdt. Hij heeft een harde grijze brace rond zijn rechterbeen waardoor ik hem herken. Ik zag hem eerder al bezig toen hij die voorlopig laatste lesdag aan de metalen schoolpoort verbaal uithaalde naar een jonge vrouw toen ze hem tot voorzichtigheid aanmaande in deze virale tijden. ‘Grootouders die kinderen van school komen ophalen, dat is toch niet zo heel erg verstandig’ zei ze kalm. ‘En jij dan’ had hij geriposteerd, ‘moeders moeten nog meer opletten’. Hij ving bot bij de vrouw die zijn overdreven toonzetting verrassend, doch slechts ogenschijnlijk niet als vijandig opvatte. Ze antwoordde rustig ontwijkend ‘dat het toch het één en ander is met dat virus’ waardoor de man met uitgesproken voorliefde voor azuurblauw zijn kalmte terugvond.

Ik heb het huis nog bewoond geweten. Nu het leeg staat, komt er af en toe bezoek om te zien of het nog goed gaat vanbinnen.

Laarne, 13 maart 2020.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s